Vosselaar kiest voor groen, leefbaar en dorps wonen!
Intro
Op 25 juni 2026 keurde de gemeenteraad de stedenbouwkundige verordening Kwalitatieve woonomgeving goed.
Met deze verordening wil lokaal bestuur Vosselaar toekomstige woonontwikkelingen beter sturen. Niet om ontwikkeling onmogelijk te maken, wel om ervoor te zorgen dat nieuwe projecten sterker bijdragen aan een leefbaar, groen en dorps Vosselaar.
Waarom deze verordening?
Vosselaar is een aantrekkelijke gemeente om te wonen. Dat is positief, maar het brengt ook uitdagingen met zich mee. Onze gemeente is compact, dichtbebouwd en heeft een duidelijke groene en dorpse identiteit. Die kwaliteiten willen we behouden en versterken.
De voorbije jaren nam de druk op de woonomgeving toe. Er kwamen meer woningen, meer verharding, meer verkeer en minder ruimte voor groen en open ruimte. Tegelijk blijft er nood aan een gevarieerd en toekomstgericht woningaanbod.
Met de nieuwe verordening wil de gemeente die verschillende uitdagingen beter met elkaar verzoenen. Groei in het woningaanbod moet beter afgestemd worden op de natuurlijke groei van Vosselaar en op de draagkracht van onze woonomgeving.
Verbinden, vergroenen en verdorpen
De verordening past binnen de ruimere beleidsvisie Woonomgeving 23-50. Die visie vertrekt vanuit drie ambities: verbinden, vergroenen en verdorpen.
Verbinden betekent dat we willen inzetten op aangename plekken waar inwoners elkaar kunnen ontmoeten, zich veilig kunnen verplaatsen en dichtbij voorzieningen kunnen wonen.
Vergroenen betekent dat we meer ruimte willen geven aan bomen, tuinen, water, open ruimte en natuurlijke verkoeling. Dat is belangrijk voor woonkwaliteit, biodiversiteit en klimaatbestendigheid.
Verdorpen betekent dat we nieuwe ontwikkelingen beter willen afstemmen op de schaal en het karakter van Vosselaar. Nieuwe projecten moeten passen in hun omgeving en bijdragen aan het dorpse karakter.
Wat regelt de verordening?
De verordening geeft duidelijke stedenbouwkundige voorschriften voor toekomstige vergunningsaanvragen. Ze is opgebouwd rond zes thema’s: natuurlijke woonomgeving, dorpse woonomgeving, bereikbare woonomgeving, gevarieerde woonomgeving, functionele woonomgeving en circulaire woonomgeving.
Concreet gaat het onder meer over voldoende groen en water, het beperken van verharding, het behoud van bomen, bouwprofielen op maat van de omgeving, kwalitatieve fietsstalplaatsen, parkeeroplossingen, bruikbare buitenruimten, een gevarieerd woningaanbod en aandacht voor toekomstgericht en duurzaam bouwen.
Betekent dit dat er niet meer gebouwd wordt?
Nee. Ook in de toekomst zullen er nog woonprojecten en ontwikkelingen mogelijk zijn. De verordening zorgt er wel voor dat die projecten beter gestuurd worden.
De gemeente wil vermijden dat nieuwe projecten enkel vertrekken vanuit het maximaal aantal woningen dat op een perceel mogelijk is. De vraag moet voortaan sterker zijn: draagt dit project bij aan een kwalitatieve woonomgeving? Past het in de straat en in de buurt? Is er voldoende ruimte voor groen, water, fietsers, bewoners en ontmoeting? Versterkt het de dorpse schaal van Vosselaar?
Door die vragen duidelijker vast te leggen, kunnen toekomstige projecten kwalitatiever en beter afgestemd worden op hun omgeving. Zo willen we de groei in het woningaanbod beter laten aansluiten bij de natuurlijke groei van onze gemeente, zonder de kwaliteiten van Vosselaar uit het oog te verliezen.
Een kader voor meer woonkwaliteit
De nieuwe verordening vormt een belangrijk toetsingskader bij de beoordeling van toekomstige vergunningsaanvragen. Ze vertaalt de beleidsvisie Woonomgeving 23-50 naar duidelijke stedenbouwkundige voorschriften voor een kwalitatieve woonomgeving.
Elke aanvraag blijft daarnaast ook beoordeeld worden op basis van de goede ruimtelijke ordening en de concrete kenmerken van de locatie.
Met deze verordening kiest Vosselaar voor een duidelijke koers: niet groeien om te groeien, maar bouwen aan een kwalitatieve woonomgeving waar het ook morgen aangenaam wonen blijft.
Verschillende instrumenten voor dezelfde visie
De stedenbouwkundige verordening is dus geen losstaand document. Ze past binnen een ruimer geheel van instrumenten waarmee Vosselaar de beleidsvisie Woonomgeving 23-50 vorm geeft. De visie bepaalt de richting, de verordening vertaalt die richting naar duidelijke en afdwingbare regels, en de kwaliteitskamer helpt om grotere of complexere projecten inhoudelijk te beoordelen en te begeleiden. De kwaliteitskamer werkt onafhankelijk, maar vertrekt vanuit dialoog.
Hoe werkt de kwaliteitskamer?
De kwaliteitskamer is een onafhankelijk advies- en onderzoeksorgaan dat door het college kan worden ingeschakeld bij bouw- en infrastructuurprojecten. Ze beoordeelt projecten niet alleen op basis van regels, maar ook vanuit architecturale, stedenbouwkundige en ruimtelijke kwaliteit. Daarbij kijkt ze onder meer naar de inpassing in het dorpsbeeld, de leefbaarheid voor de buurt, de kansen voor vergroening, duurzaamheid, mobiliteit en klimaatbestendigheid. Die onafhankelijke rol betekent niet dat ze op afstand werkt: dialoog met initiatiefnemers, ontwerpers en de gemeente staat centraal.
Daarnaast kan de kwaliteitskamer ook een onderzoekende rol opnemen. Via ontwerpend onderzoek kunnen alternatieve scenario's worden uitgewerkt voor strategische ruimtelijke vragen, moeilijke inbreidingsprojecten of plekken waar verschillende belangen samenkomen. Zo wil Vosselaar niet alleen regels opleggen, maar ook actief mee zoeken naar betere oplossingen op maat van de plek. Het gezamenlijke zoeken naar optimale kwaliteit en het gesprek over kwaliteit zijn daarbij minstens zo belangrijk als het advies zelf.

